Directies trekken de besluitvorming over ICT-projecten steviger naar zich toe. Dit blijkt uit het resultaat van de ICT-besturingsscan van adviesbureau Berenschot. Die is door ruim 100 organisaties ingevuld.

 Bij nog maar 7% van de aan de ICT-besturingsscan deelnemende organisaties is de directie niet betrokken bij besluitvorming op het gebied van ICT. Een groeiend aantal organisaties realiseert zich dat een dergelijke afwezigheid van de directie niet langer houdbaar is. Bij  ongeveer 1 op de 2 organisaties is de directie inmiddels vertegenwoordigd in het centrale orgaan dat besluit over ICT.


“Het toenemende belang van ICT voor organisaties, het tempo waarin technische ontwikkelingen op organisaties, haar partners en klanten afkomen en de financiële middelen waarop ICT beslag legt, rechtvaardigen de expliciete aandacht voor de sturing van ICT door directies”, zegt Tom Pots, adviseur bij Berenschot.

Uit de ICT-besturingsscan blijkt dat twee onderdelen van de besluitvorming steeds beter worden georganiseerd. Zo werd bij 91% van de bedrijven een ICT-board of andere vorm van centraal orgaan in het leven geroepen. Zo’n ICT-board is onder meer verantwoordelijk voor integrale besluiten over ICT-investeringen. Berenschot ziet het als een uitdaging om de ICT-boards krachtig te verankeren op directieniveau. Een andere verbetering betreft het steeds professioneler inrichten van het besluitvormingsproces over ICT-investeringen. Dit wordt ook wel projectportfoliomanagement genoemd. Met als grootste uitdaging om informatie gedreven en intuïtieve ICT-besluitvorming in balans te brengen.

Het ontbreken van een centraal orgaan op directieniveau en het niet organiseren van projectportfoliomanagement leidt tot versnipperde, ad hoc en intuïtieve investeringsbeslissingen die te weinig gericht zijn op de strategische doelstellingen van de organisatie. Tom Pots: ”Directies hebben dan geen totaalbeeld van de investeringen en zijn niet in staat hun ICT-projectenportfolio integraal te besturen. Er is nog een wereld te winnen, maar steeds meer directies begrijpen dat zij hun verantwoordelijkheid moeten nemen”.

Bron: Berenschot