Cloud computing stelt de opsporing en vervolging van misdaad voor uitdagingen, is de conclusie van een onderzoeksrapport van het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT). Het onderzoek vond plaats in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. In cloud computing wordt gegevensopslag en dataverwerking uitbesteed, vaak aan buitenlandse partijen. Het is daarbij vaak moeilijk te bepalen waar gegevens precies liggen opgeslagen. De wetgever en beleidsmakers zullen daar snel op moeten inspelen.

Dataopslag in de cloud is verdeeld over verschillende locaties en is dynamisch. Het ‘verlies van locatie’ vormt een fundamentele uitdaging voor de territoriaal georiënteerde strafvordering. De problemen die dat creëert voor opsporing zijn op zich niet nieuw, maar krijgen wel een nieuwe dimensie door de fundamentele verschuiving die ontstaat wanneer burgers en bedrijven grootschalig data in de cloud plaatsen.

Onderscheid vervaagt

De wetgever moet zich bezinnen op de systematiek van het strafrecht in relatie tot internetaanbieders. De aanbieders van clouddiensten vallen niet naadloos in het bestaande begrippenkader van communicatie- en telecommunicatieaanbieders. Ook vervaagt het onderscheid dat de wet maakt tussen stromende en opgeslagen gegevens.

Lees het hele artikel op Computable.